Terugblik themabijeenkomst DCFA 26 maart 2015

De Dutch Corporate Finance Association (DCFA) is een landelijke vereniging met ruim 200 leden uit de zakelijke financiële sector (www.dcfa.nl). Naast het creëren van een relevant netwerk voor haar leden, stelt DCFA zich ten doel kennis te delen door het organiseren van themabijeenkomsten op het gebied van corporate finance en M&A.

In de themabijeenkomst van 26 maart jl. stond het thema Business Valuation centraal. Ter invulling van deze themabijeenkomst werd BHP & Co partner Daniel Peters verzocht een presentatie te geven over de achterliggende theoretische concepten bij het vaststellen van de vermogenskostenvoet en de wijze waarop hiermee in de praktijk wordt omgegaan. Met een opkomst van meer dan 100 leden was het één van de best bezochte themabijeenkomsten van het DCFA tot op heden. De vermogenskostenvoet is dan ook een onderwerp welke nog steeds erg actueel is en in de praktijk nogal eens tot misverstanden en discussies leiden. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met de ‘flight to quality’: investeerders die als gevolg van de schuldencrisis vluchten naar staatsobligaties van Noord-Europese (triple A) landen? De Nederlandse staat leent daardoor goedkoper dan ooit te voren. Heeft dit effect op de vermogenskostenvoet en zo ja, hoe groot is dit effect? De meningen – ook in de wetenschappelijke literatuur – zijn hierover niet eenduidig. Zoals bij meerdere aspecten van de vermogenskostenvoet moet een valuator hier een gemotiveerd standpunt over in te nemen. Dit is niet altijd een makkelijke opgave. De vermogenskostenvoet is namelijk ‘forward looking’ en dient een afspiegeling te vormen van het risico van toekomstige geprognosticeerde vrije geldstromen (‘free cash flows’).

Een deugdelijke risicoanalyse naar die factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige verdiencapaciteit van de te waarderen onderneming is dan ook een vereiste. Macro-economische factoren, brancheontwikkelingen en bedrijfsspecifieke risico’s dienen daarbij in ogenschouw te worden genomen. Het vaststellen van deze risico’s wordt in de praktijk gebaseerd op financiële data van grotendeels beursgenoteerde ondernemingen. In hoeverre data van beursgenoteerde bedrijven als ‘proxy’ kan dienen voor niet-beursgenoteerde bedrijven is geen uitgemaakte zaak en kan per casus verschillen. Het financieringsbeleid van de onderneming speelt in dit verband onder andere een rol. Kortom, het vaststellen van de vermogenskostenvoet is en zal een actueel onderwerp blijven in een waarderingscasus. Reden te meer voor een valuator om kritisch naar de onderbouwing van de vermogenskostenvoet te kijken. Gekozen uitgangspunten moeten daarbij in lijn met de kwalitatieve en kwantitatieve analyse van de te waarderen onderneming consistent worden toegepast.